Skip survey header

Metabolic Assessment Form & Neurotransmitter Assessment Form™ Dutch

This question requires a valid number format.
3. Geslacht *This question is required.
This question requires a valid date format of MM/DD/YYYY.
calendar
This question requires a valid email address.
Omcirkel bij alle onderstaande vragen het juiste cijfer. 0 (= weinig/nooit) tot 3 (= vaak/altijd).
Categorie 1
7. Categorie 1
Het gevoel hebben dat de darmen niet volledig worden geleegd
8. Pijn in de onderbuik wordt verlicht door ontlasting of gas
9. Afwisselende constipatie en diarree
10. Diarree
11. Constipatie
12. Harde, droge of kleine ontlasting
13. Beklede tong of "pluizig" vuil op de tong
14. Laten van grote hoeveelheid stinkend gas
15. Meer dan 3 stoelgangen per dag
16. Regelmatig gebruik van laxeermiddelen
Categorie II
17. Categorie II
Steeds vaker reacties op voeding
18. Onvoorspelbare reacties op voeding
19. Pijn en zwelling door het hele lichaam
20. Onvoorspelbare zwelling van de buik
21. Frequent opgeblazen gevoel en uitzetting na het eten
Categorie III
 
22. Categorie III
Intolerantie voor geuren 
23. Intolerantie voor shampoo, lotion, wasmiddelen...
24. Constante huiduitbarstingen/uitslag/acne 
Categorie IV
25. Categorie IV
Overmatig boeren of een opgeblazen gevoel
26. Gasvorming direct na een maaltijd 
27. Stinkende adem
28. Moeilijke stoelgang
29. Vol gevoel na een maaltijd
30. Moeilijkheden met het verteren van eiwitten en vlees; onverteerd voedsel gevonden in ontlasting
Categorie V
31. Categorie V
Maagpijn, branderig gevoel of pijn 1-4 uur na het eten
32. Hongerig gevoel 1 of 2 uur na het eten 
33. Brandend maagzuur bij liggen of voorover buigen
34. Tijdelijke verlichting door het gebruik van maagzuurremmers, voedsel, melk of koolzuurhoudende dranken
35. Spijsverteringsproblemen verdwijnen met rust en ontspanning
36. Brandend maagzuur door gekruid voedsel, chocolade, citrusvruchten, pepers, alcohol en cafeïne
Categorie VI
37. Categorie VI
Moeilijkheden met het verteren van ruwvoer en vezels
38. Indigestie en volheid duren 2-4 uur na het eten
39. Pijn en gevoeligheid aan de linkerkant onder de ribbenkast
40. Overmatige passage van gas
41. Misselijkheid en/of overgeven/braken
42. Ontlasting onverteerd, stinkend, slijmachtig, vettig of slecht gevormd
43. Regelmatig verlies van eetlust
Categorie VII
 
44. Categorie VII
Opgezette buik na consumptie van vezels, zetmeel en suiker
45. Opgezette buik na bepaalde probiotische of natuurlijke supplementen
46. Verminderde gastro-intestinale motiliteit, constipatie
47. Verhoogde gastro-intestinale motiliteit, diarree
48. Afwisselend constipatie en diarree
49. Vermoeden van malabsorptie door voeding
50. Frequent gebruik van maagzuurremmers
51. Is bij u coeliakie, prikkelbaredarmsyndroom, diverticulose/diverticulitis of lekkende darm syndroom bij u vastgesteld?
Categorie VIII
52. Categorie VIII
Vettig of vetrijk voedsel veroorzaakt kwel
53. Lagere darmgas en/of een opgeblazen gevoel enkele uren na het eten
54. Bittere metaalachtige smaak in de mond, vooral 's ochtends
55. Boerige, visachtige smaak na het consumeren van visolie
56. Onverklaarbare jeukende huid
57. Geelachtige zweem in de ogen
58. De kleur van de ontlasting wisselt van kleikleurig naar normaal bruin
59. Rode huid, vooral handpalmen
60. Droge of schilferige huid en/of haar
61. Geschiedenis van galblaasaanvallen of stenen
62. Heb je je galblaas laten verwijderen?
Categorie IX
63. Categorie IX
Acne en ongezonde huid
64. Overmatig haaruitval
65. Opgeblazen gevoel in het algemeen
66. Lichamelijke zwelling zonder reden
67. Hormoononevenwichtigheden
68. Gewichtstoename
69. Slechte darmfunctie
70. Overmatig stinkend zweet
Categorie X
71. Categorie X
Overdag trek in zoetigheid
72. Prikkelbaar als maaltijden worden overgeslagen
73. Afhankelijk van koffie om door te gaan/aan de slag te gaan
74. Word licht in het hoofd als maaltijden worden overgeslagen
75. Eten verlicht de vermoeidheid
76. Wankel gevoel, zenuwachtig of het hebben van trillingen
77. Geagiteerd, snel van streek, nerveus
78. Slecht geheugen, vergeetachtig tussen de maaltijden door
79. Wazig zien
Categorie XI
80. Categorie XI
Vermoeidheid na maaltijden
81. Overdag trek in zoetigheid
82. Het eten van snoep verlicht het verlangen naar suiker niet
83. Moet zoetigheid hebben na de maaltijd
84. Tailleomtrek is gelijk aan of groter dan heupomtrek
85. Frequent urineren
86. Verhoogde dorst en eetlust
87. Moeite met afvallen
Categorie XII
 
88. Kan niet in slaap blijven
89. Trek in/hunkeren naar zout
90. Langzame starter in de ochtend
91. Middagvermoeidheid
92. Duizeligheid bij snel opstaan
93. Hoofdpijn in de middag
94. Hoofdpijn bij inspanning of stress
95. Zwakke nagels
Categorie XIII
 
96. Categorie XIII
Kan niet in slaap vallen
97. Gemakkelijk/snel transpireren
98. Onder een hoge mate van stress
99. Gewichtstoename bij stress
100. Word moe wakker, zelfs na 6 of meer uur slaap
101. Overmatig transpireren of transpireren met weinig of geen activiteit
Categorie XIV
 
102. Categorie XIV
Oedeem en zwelling in enkels en polsen
103. Spierkrampen
104. Slecht spieruithoudingsvermogen
105. Frequent urineren
106. Frequente dorst
107. Trek in zout
108. Overmatig zweten bij minimale inspanning
109. Verandering in stoelgang
110. Onvermogen om gedurende lange perioden de adem in te houden
111. Ondiepe, snelle ademhaling
Categorie XV
112. Categorie XV
Moe/traag
113. Koude handen/voeten/overal
114. Overmatige hoeveelheden slaap nodig hebben om goed te kunnen functioneren
115. Gewichtstoename, zelfs met een caloriearm dieet
116. Gemakkelijk aankomen
117. Moeilijke, onregelmatige stoelgang
118. Depressie/gebrek aan motivatie
119. Ochtendhoofdpijn die afneemt naarmate de dag vordert
120. Het buitenste derde deel van de wenkbrauw wordt dunner
121. Dunner worden van haar op de hoofdhuid, het gezicht of de geslachtsdelen, of overmatig haarverlies
122. Droogte van de huid en/of hoofdhuid
123. Geestelijke traagheid
Categorie XVI
124. Categorie XVI
Hartkloppingen
125. Innerlijk trillen
126. Verhoogde hartslag, zelfs in rust
127. Nerveus en emotioneel
128. Slapeloosheid
129. Nachtzweten
130. Moeite met aankomen
Categorie XVII (Alleen voor mannen)
131. Categorie XVII
Moeite met plassen of dribbelen
132. Frequent urineren
133. Pijn binnenkant benen of hielen
134. Gevoel van onvolledige darmlediging
135. Been trillen 's nachts
Categorie XVIII (Alleen voor mannen)
 
136. Categorie XVIII
Verminderd libido
137. Verminderd aantal spontane ochtenderecties
138. Verminderde volheid van erecties
139. Moeite om erecties in de ochtend te behouden
140. Spreuken van mentale vermoeidheid
141. Concentratieproblemen
142. Momenten van depressie
143. Spierpijnen
144. Verminderd fysiek uithoudingsvermogen
145. Onverklaarbare gewichtstoename
146. Toename van vetverdeling rond borst en heupen
147. Zweetaanvallen
148. Emotioneler dan in het verleden
Categorie XIX (Alleen voor menstruerende vrouwen)
149. Categorie XIX
Perimenopauze
150. Afwisselende menstruatiecycluslengtes
151. Verlengde menstruatiecyclus (langer dan 32 dagen)
152. Verkorte menstruatiecyclus (minder dan 24 dagen)
153. Pijn en krampen tijdens menstruatie
154. Schaarse bloedstroom
155. Zware bloedstroom
156. Pijn en zwelling van de borsten tijdens de menstruatie
157. Bekkenpijn tijdens menstruatie
158. Prikkelbaar en depressief tijdens de menstruatie
159. Acne
160. Haargroei op gezicht
161. Haarverlies/verdunning
Categorie XX (Alleen vrouwen in de menopauze)
163. Heeft u sinds de menopauze ooit een baarmoederbloeding gehad?
164. Opvliegers
165. Geestelijke mistigheid
166. Desinteresse in seks
167. Stemmingswisselingen
168. Depressie
169. Pijnlijke geslachtsgemeenschap
170. Krimpende borsten
171. Haargroei op gezicht
172. Acne
173. Verhoogde vaginale pijn, droogheid of jeuk
DEEL III
DEEL IV
185. Neurotransmitter Assessment Form™
SECTIE A
Gaat je geheugen merkbaar achteruit?
186. Heb je moeite met het onthouden van namen en telefoonnummers?
187. Gaat je concentratievermogen merkbaar achteruit?
188. Wordt het steeds lastiger voor je om nieuwe dingen te leren?
189. Heb je vaak moeite met het onthouden van afspraken?
190. Word je temperament over het algemeen steeds intenser?
191. Verslechtert je aandachtsspan/aandachtsvermogen? 
192. Hoe vaak voel je jezelf down of verdrietig?
193. Hoe vaak voel je je moe wanneer je aan het rijden bent, vergeleken met het verleden?
194. Hoe vaak voel je je moe wanneer je aan het lezen bent, vergeleken met het verleden?
195. Hoe vaak loop je een kamer binnen en vergeet je direct waarom?
196. Hoe vaak pak je je telefoon en vergeet je direct waarom?
197. SECTIE B
Hoe hoog is je stressniveau?
198. Hoe vaak heb je het gevoel dat je iets hebt wat gedaan moet worden?
199. Heb je het gevoel dat je nooit tijd voor jezelf hebt?
200. Hoe vaak heb je het gevoel dat je niet genoeg slaap of rust krijgt?
201. Heb je er moeite mee om regelmatig beweging te krijgen/te sporten?
202. Heb je het gevoel dat mensen om je heen niet (echt) om je geven?
203. Heb je het gevoel dat je niet je levensdoel/missie aan het volbrengen bent?
204. Heb je moeite met het delen van je problemen met iemand anders?
SECTIE C
205. SECTIE C1
Hoe vaak wordt u prikkelbaar, wankel of heeft u een licht gevoel in het hoofd tussen de maaltijden door?
206. Hoe vaak voel je je energiek na het eten?
207. Hoe vaak heeft u moeite met het eten van grote maaltijden in de ochtend?
208. Hoe vaak daalt uw energieniveau in de middag?
209. Hoe vaak heb je 's middags trek in suiker en snoep?
210. Hoe vaak word je midden in de nacht wakker?
211. Hoe vaak heeft u moeite met concentreren voordat u gaat eten?
212. Hoe vaak ben je afhankelijk van koffie om jezelf op gang te houden?
213. Hoe vaak voelt u zich geagiteerd, snel van streek en nerveus tussen de maaltijden door?
214. SECTIE C2
Hoe vaak wordt u vermoeid na de maaltijd?
215. Hoe vaak heb je trek in suiker en snoep na de maaltijd?
216. Hoe vaak heb je het gevoel dat je stimulerende middelen nodig hebt, zoals koffie, na de maaltijd?
217. Hoe vaak heeft u moeite met afvallen?
218. Hoeveel groter is uw tailleomtrek in vergelijking met uw heupomvang?
219. Hoe vaak plast u?
220. Zijn uw dorst en eetlust toegenomen?
221. Hoe vaak kom je aan onder stress?
222. Hoe vaak heeft u moeite om in slaap te vallen?
223. SECTIE 1
Verlies je interesse in hobby's?
224. Hoe vaak voel je je overweldigd?
225. Hoe vaak heb je gevoelens van innerlijke woede?
226. Hoe vaak heb je gevoelens van paranoia?
227. Hoe vaak voel je je verdrietig of neerslachtig zonder reden?
228. Hoe vaak heb je het gevoel dat je niet van het leven geniet?
229. Hoe vaak heb je het gevoel dat je artistieke waardering mist?
230. Hoe vaak voelt u zich depressief bij bewolkt weer?
231. In hoeverre verlies je je enthousiasme voor je favoriete activiteiten?
232. Hoeveel verlies je je plezier in/genot van je favoriete eten?
233. In hoeverre verlies je je plezier in vriendschappen en relaties?
234. Hoe vaak heeft u moeite om in een diepe, rustgevende slaap te vallen?
235. Hoe vaak heb je gevoelens van afhankelijkheid van anderen?
236. Hoe vaak voelt u zich gevoeliger voor pijn?
237. Hoe vaak heb je gevoelens van niet-uitgelokte woede?
238. Hoeveel verlies je interesse in het leven?
239. SECTIE 2
Hoe vaak heb je gevoelens van hopeloosheid?
240. Hoe vaak heb je zelfdestructieve gedachten?
241. Hoe vaak bent u niet in staat om met stress om te gaan?
242. Hoe vaak heb je woede en agressie onder stress?
243. Hoe vaak heb je het gevoel dat je niet uitgerust bent, zelfs niet na lange uren slaap?
244. Hoe vaak isoleert u het liefst van anderen?
245. Hoe vaak heeft u onverklaarbaar gebrek aan bezorgdheid voor familie en vrienden?
246. Hoe gemakkelijk wordt u afgeleid van uw taken?
247. Hoe vaak ben je niet in staat om taken af te maken?
248. Hoe vaak heb je de behoefte om cafeïne te consumeren om alert te blijven?
249. Hoe vaak heeft u het gevoel dat uw libido is afgenomen?
250. Hoe vaak verliest u uw geduld om minder belangrijke redenen?
251. Hoe vaak heb je gevoelens van waardeloosheid?
252. SECTIE 3
Hoe vaak voelt u zich zonder reden angstig of in paniek?
253. Hoe vaak heb je gevoelens van angst of naderend onheil?
254. Hoe vaak voel je knopen in je maag?
255. Hoe vaak heb je het gevoel overweldigd te worden zonder reden?
256. Hoe vaak heb je schuldgevoelens over alledaagse beslissingen?
257. Hoe vaak voelt je geest rusteloos?
258. Hoe moeilijk is het om je gedachten af uit zetten als je wilt ontspannen?
259. Hoe vaak heb je ongeorganiseerde aandacht?
260. Hoe vaak maak je je zorgen over dingen waar je je voorheen geen zorgen over maakte?
261. Hoe vaak heb je gevoelens van innerlijke spanning en innerlijke prikkelbaarheid?
262. SECTIE 4
Heb je het gevoel dat je visuele geheugen (vormen en afbeeldingen) is afgenomen?
263. Heb je het gevoel dat je verbale geheugen is afgenomen?
264. Heeft u geheugenverlies?
265. Is je creativiteit afgenomen?
266. Is uw begrip afgenomen?
267. Heb je moeite met het berekenen van getallen?
268. Heeft u moeite met het herkennen van objecten en gezichten?
269. Heb je het gevoel dat je mening over jezelf is veranderd?
270. Ervaar je overmatig plassen?
271. Ervaar je een tragere mentale reactie?
272. SECTIE 5
Een afname van mentale alertheid
273. Een afname in mentale snelheid
274. Een afname van de kwaliteit van de concentratie
275. Langzame cognitieve verwerking
276. Verminderde mentale prestaties
277. Koffie- of cafeïne-bronnen nodig om de mentale functie te verbeteren
278. SECTIE 6
Hersenmist?